page contents
GS III en GS IV

Alle informatie m.b.t. Nederlandse Militaire Inlichtingen organisaties en eenheden zijn afkomstig van openbare bronnen.


Om de collectie Inlichtingen aan te vullen, is Dutchhelmets.nl op zoek naar aanvullend materiaal zoals emblemen, borstzakhangers, coins, uitrusting, kleding (gevechts- en Dagelijks Tenue), foto's, documentatie, tijdschriften, boekwerken, voorschriften, stikkers, materieel en overige memorabilia. Kortom, alles wat met Inlichtingen te maken heeft.

Gezien de gevoeligheid, wordt hier voorzichtig mee omgegaan, zoals wet en regelgeving voorschrijft.



Generale Staf sectie III (GS III)

 

Afdeling III van de Generale Staf (GS III) werd op 25 juni 1914 opgericht uit het Studiebureau Vreemde Legers met als doel het verzamelen van militaire gegevens over diverse Europese landen. GS III was dan ook de eerste moderne Nederlandse militaire inlichtingendienst en alle vormen van inlichtingendiensten die Nederland nadien gekend heeft, vinden hun oorsprong in deze afdeling.

 

GS III begon in 1914 met maar een medewerker, de toenmalig luitenant H.A.C. Fabius, en werd ondergebracht aan de Lange Voorhout 7 in Den Haag. Later verhuisde GS III naar de Lange Voorhout 52 waar GS III een eigen pand kreeg.

 

GS III werd in eerste instantie onderverdeeld in twee onderafdelingen, namelijk de onderafdeling Inlichtingen en de onderafdeling Veiligheid. Als eerste prioriteit was het verder inhoud geven aan de onderafdeling Inlichtingen waarbij de nadruk lag op de verschillende bronnen waar informatie gehaald kon worden.

Door de nauwe samenwerking met de inlichtingendiensten van de politie, kon invulling gegeven worden aan de onderafdeling Veiligheid. Door deze samenwerking kon spionage activiteiten van buitenlandse mogendheden effectief bestreden worden.

 

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, werd GS III uitgebreid tot tien officieren en werkte GS III vanuit Rotterdam intensief samen met de Britse Secret Intelligence Service (SIS). In 1917 werden door de regering Militaire Attachés benoemd die actief informatie verzamelden, wat een belangrijke bron van informatie werd.

Grootse zorg in 1917, was dat niet alle informatie centraal door GS III werd verwerkt. Er ging nog te veel informatie verloren. In oktober 1917 werd aan alle militaire autoriteiten medegedeeld dat alle informatie over buitenlandse legers aan GS III verzonden moest worden.

 

In november 1918 had GS III 25 medewerkers waarvan 12 inlichtingenofficieren. GS III richtte zich op dat moment meer op binnenlandse veiligheid en na de Eerste Wereldoorlog besloot de Nederlandse regering dat het in stand houden van een binnenlands veiligheidsapparaat gewenst was. Deze taak werd ondergebracht bij bureau GS IIIB, onder politieke verantwoordelijkheid van de minister van Binnenlandse Zaken. Dit bureau opereerde onder de naam Centrale Inlichtingendienst.

Het bureau GS IIIA bleef verantwoordelijk voor het vergaren van inlichtingen over het buitenland. De medewerkers van dit bureau waren vaak onderofficieren van Cavalerie of Koninklijke Marechaussee.

 

De Generale Staf III bestond vanaf 01 mei 1919 uit de volgende onderdelen:

- GS IIIA (Inlichtingen buitenland);

- GS IIIB (Inlichtingen binnenland);

- GS IIIC (Censuur en Code, voorheen GS IV).

 

Ondanks dat het oorspronkelijk een kleine eenheid was, wist GS III enkele grote inlichtingensuccessen te behalen. Een voorbeeld van een van de successen van GS III is het beroemde ‘api-api’ telegram dat op 25 juli 1914 verstuurd werd door een KNIL officier. Dit telegram was bedoeld als waarschuwing voor de aankomende Duitse dreiging en stelde Nederland in staat om als een van de eerste Europese machten haar Krijgsmacht te mobiliseren.


Generale Staf sectie IV (GS IV)


Tekst volgt.